Perspectief op ‘Een basisinkomen voor iedereen is niet betaalbaar’

In een artikel van de Belgische econoom Paul de Grauwe, komt deze tot de conclusie dat een basisinkomen alleen zou werken als het beperkt zou zijn tot het geven aan degenen die het nodig hebben, in plaats van het aan iedereen onvoorwaardelijk te verstrekken.

Het artikel zorgde voor een aantal opgetrokken wenkbrauwen, maar belangrijker nog, genereerde interessante discussie. Het universele basisinkomenconcept is slechts één van de vele basisinkomenideeën die voorgesteld, besproken en gepromoot worden in de hele wereld. Ideeën en concepten verschillen in naam, in omvang, in hoeveelheid, in de wijze van financiering, etc. – maar hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen: om de armoede uit te roeien, om de economische groei te stimuleren en de rechten van de mens te verzekeren.

Het voorstel van de Basis Inkomen Partij is één van deze bijzondere concepten of ideeën. Eén van de punten die het zich onderscheidt van andere voorstellen is dat het niet aangeeft om een basisinkomen/leefbaar inkomen aan iedereen onvoorwaardelijk te verschaffen. Hierin, zou ik graag het artikel van Paul de Grauwe binnen meer perspectief plaatsen of liever gezegd, de uitgever van het artikel – ik zal niet pretenderen voor hem te spreken.

Maar ten eerste, houdt in gedachten dat de Basis Inkomen Partij niet ‘tegen’ het verstrekken van een basisinkomen aan iedereen is. De overweging hierbij is de betaalbaarheid in het uitvoeren ervan en waar de betaalbaarheid theoretisch mogelijk is, is het ook praktisch haalbaar? De basis voor het argument van universaliteit is vaak te vinden in het idee dat iedereen een fundamenteel recht op leven heeft, daarom moet iedereen genoeg geld ontvangen om van te leven. Tuurlijk, klinkt goed, maar dan moeten we ook meewegen dat binnen het huidige economische model, velen in staat zijn om dit recht op adequate wijze voor zichzelf te voldoen zonder de noodzaak voor een aanvullend inkomen.

Twee andere, misschien wel belangrijkere argumenten spelen een rol binnen het pleiten van onvoorwaardelijkheid. De eerste overweging is de vermindering van de beroepsbevolking en de versterking van de werkloosheidsval. Als men een leefbaar basisinkomen krijgt zonder een vinger uit te steken, wat is dan de motivatie om te investeren in onderwijs, vaardigheden te ontwikkelen en werk aan te nemen? De gevolgen van het verstrekken van een leefbaar basisinkomen aan alleen degenen die het nodig hebben, brengt dan een onbedoelde bestraffende dimensie met zich voor degenen die het werk doen. Helaas hebben we ‘iets ontvangen’ gedefinieerd als een ‘beloning’ en ‘iets niet ontvangen wanneer een ander wel iets ontvangt’ als een ‘straf’. Het verstrekken van een basisinkomen aan iedereen is een manier om deze negatieve effecten te voorkomen. De tweede overweging is de kosten van administratie. Met dat iedereen een basisinkomen ontvangt, wordt aan iedere volwassen burger in het land een cheque uitgeschreven en dat is dat – er is geen bureaucratische berg malaise die kosten- en tijdinefficiënt is.

Het basisinkomenvoorstel van de Basis Inkomen Partij doet een andere suggestie om de nadelige effecten op de werkgelegenheid te beperken. Liever dan iedereen van een leefbaar basisinkomen  te voorzien, is de suggestie om het minimumloon vast te stellen op het dubbele van het leefbaar basisinkomen. Deze voorwaarden instellen op de arbeidsmarkt maakt werk aantrekkelijk, want zelfs in de laagste betaalde baan, zal men veel beter af zijn dan wanneer men leeft op een leefbaar basisinkomen.

Administratie zal nog steeds eenvoudig zijn zoals het voorstel aangeeft, vooral bij aanvang, door vast te houden aan het verstrekken van een leefbaar basisinkomen aan degenen die werkloos of gepensioneerd zijn. Met andere woorden, zij die gewoonlijk een ‘werkloosheidsuitkering’ of ‘pensioen’ zouden ontvangen, zouden in plaats daarvan een leefbaar basisinkomen krijgen. Hierin zijn er geen addertjes onder het gras vanuit het perspectief dat er geen verwachting is dat een leefbaar basisinkomenontvanger zo spoedig mogelijk werk moeten vinden. Werken/niet werken wordt het een persoonlijke keuze, maar een keuze die de overweging met zich brengt dat wanneer men niet economisch productief is, het terug te vinden is in iemands inkomen.

Dus, voordat we naar de betaalbaarheid van een universeel basisinkomen kijken, is het de moeite waard om te onthouden dat: ook al is het niet betaalbaar (in de praktijk), dat het ook oké is – dezelfde doelen kunnen op verschillende manieren bereikt worden.

In een toekomstige post zullen we enige bezorgdheid uit de doeken doen in relatie tot de financiering van een universeel basisinkomen via belastinginkomsten.

2015 Leefbaar Basisinkomen Onderzoeksteam

Share