Het ‘Onconditioneel’ en ‘Leefbaar’ Basisinkomen

Om een goed en volledig overzicht te maken hebben wij twee berekeningen gemaakt. De eerste berekening is van de meest bekende variant van het basisinkomen: ‘het onconditionele basisinkomen’ en de tweede berekening laat de cijfers zien van onze eigen ontwikkelde variant: ‘het leefbaar basisinkomen’.

Het grootste verschil tussen het ‘onconditionele’ en ‘leefbaar’ basisinkomen is dat het onconditionele basisinkomen niet inkomensafhankelijk is; dat wil zeggen dat iedereen ongeacht hun inkomen een even hoog basisinkomen moet ontvangen. De BIpartij erkent dit als een nobel streven, maar de consequentie hiervan is dat het basisinkomen vele malen lager moet zijn dan de door ons berekende individuele behoeften (zie punt 1). Het ‘leefbaar basisinkomen’ is het voorstel van onze partij om een financieel haalbaar basisinkomensysteem te creëren en waarbij de armoede per direct uitgebannen kan worden in Nederland. Het is een inkomensafhankelijk basisinkomen, waarbij het te ontvangen basisinkomen minder wordt naarmate je meer inkomen hebt uit andere bronnen.

Modellen

Om de vergelijkingen tussen de verschillende modellen makkelijker te maken, hebben we elk model genummerd. Daarnaast hebben wij ook kleuren toegevoegd om de verschillende inkomensklassen te identificeren. Mensen in inrichtingen, instellingen en tehuizen zijn buiten beschouwing gelaten.

Model 1

Dit betreffen de originele voorstellen die als blauwdruk gebruikt worden voor de overige modellen. Dit zijn de duurste vormen van het basisinkomen. De gehele bevolking van 18 jaar of ouder ontvangt een basisinkomen op individuele basis.

Het LBI laat zien dat een inkomensafhankelijk basisinkomen minder kost dan een OBI. Het LBI is ruim 90 miljard goedkoper dan het OBI. Wat direct opvalt in het LBI-schema is dat 18,50% (1 op de 5) van de bevolking geen basisinkomen ontvangt. Vier op de vijf mensen ontvangen een basisinkomen variërend van € 1500,- tot € 0,-. De mensen die geen basisinkomen ontvangen hebben reeds een inkomen van € 3000,- netto (2x het bedrag dat staat voor de individuele basisbehoefte).

Model 2

In het tweede model is er een rekening gehouden met alle individuen in één huishouden. Partners, meerderjarige kinderen of overige meerderjarige leden en hun individuele inkomen zijn gesplitst van de hoofdkostwinnaars. Het maximale basisinkomen dat zij kunnen ontvangen is €750,-

Het verschil tussen een OBI en een LBI bedraagt circa 69 miljard in dit model in het voordeel van het LBI. Model 2(LBI) is ten opzichte van model 1 (LBI) 15,7% goedkoper.

Model 3

Dit model is hetzelfde als model 2, echter zijn de partners, meerjarige kinderen en overige meerderjarige leden gemaximeerd op €500,-

De totale kosten van een LBI levert een besparing op van 65 miljard in vergelijking met het OBI-variant per jaar. Tevens het derde model 9% goedkoper dan het tweede model.

Model 4

Wat zou een basisinkomensysteem kosten als we model 3 combineren met een schappelijk basisinkomen voor de hogere inkomens volgens het LBI-model en wat kost een basisinkomensysteem volgens het OBI model als we de partners, meerderjarige kinderen en overige meerderjarige leden maximeren op €250?

Hier zie je dat het LBI-model ruim 43 miljard goedkoper is dan een OBI-model. Op basis van de kosten van het OBI-model en de financiële individuele vrijheid die men heeft in dit model raden wij deze vorm van een basisinkomensysteem sterk af. Dit is de reden dat wij dit model in het rood hebben gemarkeerd. Dit LBI-model is ongeveer 7 miljard duurder (5,8%) dan het derde model, maar daar staat tegenover dat iedereen die meer dan €3000,- per maand netto verdiend (boven de 18 jaar) een basisinkomen krijgt.

Model 5

Dit is het laatste model dat wij hebben berekend en kenmerken wij beiden als ongezonde basisinkomensystemen. Toch willen wij deze cijfers naar buiten brengen zodat een goede vergelijking gemaakt kan worden met de voorgaande modellen. In het OBI-model krijgt alleen de hoofdkostwinnaar een basisinkomen. Effectief betekent dit dus €1500,- per huishouden ongeacht uit hoeveel personen dit huishouden bestaat. In het LBI-model zijn de partners etc. gemaximeerd op €250,-

Net als in model 4 merken wij op dat de individuele vrijheid in beide modellen niet voldoende is om te mogen spreken van effectieve armoedebestrijding. Daarnaast moet opgemerkt worden dat, ondanks dit het betaalbaarste model is qua kosten, de noodzaak tot het in stand houden van vele toeslagen en administratieve taken om dit te faciliteren van kracht blijft. Dit betekent dat er veel geld wederom verloren gaat aan onnodige controles en het in stand houden van bureaucratische regels. Hierdoor zullen de kosten hoger zijn dan hier berekend is.

Ga verder met deel 3 van dit artikel.