Al meer dan vijf jaar ben ik bezig voor een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen. Dit idee, dat zo oud is als de weg naar Rome, heeft me sedert het begin van de economische recessie danig in z’n greep. Het heeft dan ook – voor degenen die bereid zijn erover na te denken – een eindeloze reeks voordelen. Het huidige systeem is ondoelmatig, niet van deze tijd en wordt slechts in stand gehouden door krachten binnen onze samenleving die uit vermeend eigenbelang er geen brood in zien.

Er zijn ook mensen die gewoonweg weigeren om erover na te denken. In hun ogen zal iemand die gratis geld krijgt, de gehele dag in bed blijven liggen en het vertikken om nog maar iets te doen wat met werk te maken heeft. Zo ook mijn vriend Pieter. Economisch geschoold als hij is kan het er bij hem niet in dat onze samenleving gered kan worden door Sinterklaas te spelen. Op mijn vraag of hij in dat geval zelf ook zou stoppen met werken is zijn antwoord minder resoluut.
Om het belang van zo’n basisinkomen te duiden kun je je bijvoorbeeld afvragen: Als iemand onvoldoende inkomsten heeft voor een menswaardig bestaan in deze samenleving, wat moet hij dan doen. Mij dunkt dat hij zich dan noodgedwongen moet begeven in een mensonwaardig bestaan. Dat moeten we niet willen. En toch heb ik de indruk dat het al gebeurt, op steeds grotere schaal zelfs.
Als je het leed achter de kranten koppen tot je laat doordringen slaat de angst je om het hart. De maatschappij verruwt in hoge mate. Mensen grijpen wanhopig alle middelen aan die ze kunnen bedenken, om aan geld te komen. Door de technische vooruitgang loopt het aantal banen zienderogen terug; de werkgelegenheid krijgt een knauw. De werkloosheid die is ontstaan speelt ons kabinet parten. Maar de voor de hand liggende oplossing wordt genegeerd.

Misschien is dat een menselijk trekje. Van een bekend econoom las ik de uitspraak: “Als men iets eenvoudig wil oplossen begin ik al wantrouwig te worden.” Toen ik eens had geprobeerd het idee van een basisinkomen aan iemand van een bekende ouderenorganisatie uit te leggen kreeg ik als meewarige reactie: “Ja meneer Böhm, was het maar zo eenvoudig hè?” Ik denk dat mensen door de bomen het bos niet meer zien.
Gisteren, toen ik de krant opensloeg viel mijn oog op een rechtbankverslag met de vette kop: “Veelpleger: Geef mij maar levenslang”. Geboeid las ik verder: “Op de rug van zijn rechterhand liet hij ooit “no fear” tatoeëren. Maar in wezen is Jeffrey L. (35), met zijn typische, slungelige manier van lopen, waarbij het hele lichaam lijkt mee te bewegen, een uiterst kwetsbare man. Hij heeft, mede door drugs- en drankmisbruik, alleen wat moeite zich te gedragen. Voortdurend daagt de Amersfoorter ‘het systeem’ uit. “Dat komt doordat ik niets of niemand heb. Het is onzekerheid”, luidde zijn verklaring. Het verslag eindigt met “Wat hem betreft veroordeelde de rechter hem ‘tot levenslang’ “Dan heb ik ook geen geld nodig”.

Is dit de maatschappij die we willen? Dat mensen, die – door welke oorzaak dan ook – financieel in de problemen zijn geraakt, de zwaarste straf die ons strafrecht kent verkiezen boven een leven in onze “vrije” dieptrieste samenleving. Op 4 mei hebben we weer de gevallenen herdacht die hun leven gaven voor die “vrije” samenleving. Zouden wij ons niet moeten schamen? De oplossing ligt zo voor de hand: Voer een Universeel Basisinkomen in. Onze nakomelingen zullen ons er dankbaar voor zijn.

Amersfoort, 16-05-2014
Joop Böhm.